Voor het voegen van tegels heb je een paar specifieke stukken gereedschap nodig: een voegspatel (of voegmes), een emmer, een spons en een schuurspons. Met die basis kom je al heel ver, zowel bij vloer- als wandtegels. Welk gereedschap je precies nodig hebt, hangt af van de grootte van de voegen en het type tegel.
Het basisgereedschap voor tegels voegen
Dit zijn de stukken gereedschap die je bij vrijwel elk voegklus nodig hebt:
- Voegspatel of rubberen voegmes: hiermee druk je het voegmiddel in de naden. Een rubberen uitvoering is standaard, omdat die de tegels niet beschadigt en de voegmassa goed verdeelt.
- Emmer: voor het aanmaken van de voegmortel. Gebruik een schone emmer; resten van ander materiaal kunnen de kleur of binding van de voeg beïnvloeden.
- Mixer of roerstok: voor kleine hoeveelheden volstaat een roerstok. Bij grotere oppervlakken gebruik je een roerhaak op een boormachine voor een gelijkmatig mengsel.
- Spons en schuurspons: na het voegen verwijder je het overschot van de tegels. Een zachte, grovere spons voor het afvegen, een schuurspons voor de laatste restjes.
- Emmer met schoon water: om de spons regelmatig uit te spoelen. Gebruik altijd schoon water; vuil water laat strepen achter.
- Siliconenkit en kitspuit: op hoeken en aansluitingen (bv. tussen vloer en wand) gebruik je geen voegmiddel maar silicone. Hiervoor heb je een kitspuit nodig.
Welke voegspatel kies je?
De voegspatel is het centrale stuk gereedschap bij tegels voegen. Je vindt ze in twee basisvormen: plat en breed (voor grote vlakken) of smaller en puntig (voor smalle voegen of hoeken). Voor standaard wandtegels met voegen van 2 tot 4 mm kies je een smalle rubberen spatel. Voor vloertegels met bredere voegen van 5 mm of meer is een brede, stevige uitvoering handiger, omdat je dan meer druk kunt uitoefenen om de mortel goed in te duwen.
Een rubberen spatel heeft als voordeel dat hij meegeeft en zo de voeg gelijkmatig vult zonder randjes of luchtbellen. Een houten of harde plastic spatel werkt minder goed en kan voegen beschadigen.
Speciale hulpmiddelen die het werk makkelijker maken
Naast het basisgereedschap zijn er hulpmiddelen die het voegen een stuk vlotter laten verlopen, zeker bij grotere oppervlakken:
- Voegzak (of voegspuit): vergelijkbaar met een spuitzak in de bakkerij. Hiermee spuit je het voegmiddel direct in de naad, handig bij brede voegen of oneven tegels waar een spatel moeilijker werkt.
- Voegstok of afrondstuk: een klein staafje of rolletje waarmee je de voeg netjes afrond na het aanbrengen. Dit geeft een strakke, licht holle voeg die ook beter water afstoot.
- Afplakband: plak de randen van bijzondere tegels (bv. mozaïek of handgemaakte tegels met ruw oppervlak) af met tape zodat je minder voegmortel op de tegel zelf krijgt.
- Tegelbeschermer (sealer): geen gereedschap in de strikte zin, maar wel nuttig voor het voegen. Door poreuze tegels van tevoren te behandelen, trekt de voegmortel minder snel in het oppervlak en is het achteraf schoonmaken veel eenvoudiger.
Gereedschap voor het verwijderen van oude voegen
Als je bestaande voegen vervangt, moet je eerst het oude voegwerk verwijderen. Daarvoor heb je ander gereedschap nodig dan voor het voegen zelf:
- Voegkrabber of voegfrees: een handbediende voegkrabber werkt goed voor kleine oppervlakken. Bij grotere vlakken gebruik je een oscillerende multitool met een voegfreesopzetstuk; dat is sneller en minder vermoeiend.
- Stofzuiger: na het frezen blijft er veel stof en losse korrels achter in de naden. Zuig dit grondig op voordat je begint met voegen, anders hecht de nieuwe voeg slecht.
Wat kost het gereedschap?
Een eenvoudige rubberen voegspatel kost naar schatting rond de 3 tot 8 euro in 2026. Een kitspuit ligt tussen de 5 en 15 euro. Een oscillerende multitool is een grotere investering (naar schatting 40 tot 100 euro of meer), maar je kunt die ook huren bij een bouwmarkt als je hem maar één keer nodig hebt. De spons, emmer en roerstok heb je bij de meeste klussen al in huis.
Met een goede voegspatel, een schone emmer, een spons en schoon water ben je al uitgerust voor de meeste voegklussen. Schaaf het gereedschap uit als de klus erom vraagt, maar begin niet onnodig ingewikkeld. Het eindresultaat hangt minder af van de hoeveelheid gereedschap dan van goed voorbereid werken en het gebruik van de juiste voegmortel voor jouw tegeltype.

