Elektrisch gereedschap keuren is verplicht op de werkplek. Volgens de Arbowetgeving ben je als werkgever verantwoordelijk voor veilig arbeidsmiddelen. In de praktijk betekent dat: elektrisch gereedschap moet periodiek worden geïnspecteerd door een bevoegd persoon, minimaal één keer per jaar. Bij intensief gebruik of zware werkomstandigheden is een hogere frequentie verstandig.
De exacte regels komen voort uit het Arbobesluit, artikel 7.4a, dat stelt dat arbeidsmiddelen regelmatig moeten worden gekeurd en dat die keuringen worden gedocumenteerd. Voor elektrisch gereedschap sluit dat aan op de NEN 3140-norm, de Nederlandse norm voor veilig werken met elektrische installaties en arbeidsmiddelen.
Wanneer moet elektrisch gereedschap worden gekeurd?
De minimale keuringsfrequentie is één keer per jaar. Maar die jaarlijkse termijn is een ondergrens, geen garantie op veiligheid. Op bouwplaatsen, in de metaalverwerkende industrie of in natte omgevingen kan de aanbevolen frequentie oplopen tot eens per drie of zes maanden. Hoe zwaarder het gebruik en hoe risicovoller de omgeving, hoe vaker je keurt.
Naast de periodieke keuring geldt een visuele inspectie vóór elk gebruik. Dit is geen volwaardige keuring, maar een snelle check: zit de kabel intact, is de stekker onbeschadigd, zijn er geen scheuren in de behuizing? Een beschadigd snoer of een gebarsten behuizing zijn directe aanleidingen om het gereedschap uit gebruik te halen.
Wie mag elektrisch gereedschap keuren?
Een keuring mag worden uitgevoerd door een zogenoemde Voldoende Onderricht Persoon (VOP) of een Vakbekwaam Persoon (VP), zoals omschreven in de NEN 3140. Een VOP is iemand die voldoende instructie heeft gekregen om de risico’s van elektriciteit te herkennen. Een VP heeft een formele elektrotechnische opleiding of aantoonbare vakkennis.
In de praktijk zijn er gecertificeerde keuringsbedrijven die dit uitvoeren. Die beschikken over de juiste meetapparatuur en kennis van de geldende normen. Een erkend keurmeester geeft na de keuring een keuringsrapport af, inclusief een keuringssticker op het gereedschap. Dat rapport is je bewijs bij een inspectie van de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie).
Wat wordt er gecontroleerd bij de keuring van elektrisch gereedschap?
Een volledige keuring bestaat uit twee delen: een visuele inspectie en een elektrische meting. Bij de visuele inspectie kijkt de keurmeester naar de staat van de behuizing, het netsnoer, de stekker, de schakelaar en eventuele beschermkappen. Zichtbare schade, slijtage of reparaties met tape zijn directe afkeuringspunten.
De elektrische meting omvat standaard een aantal metingen:
- Isolatieweerstand: controleert of de isolatie van de bedrading nog goed is en geen stroom kan lekken naar de behuizing.
- Aardlekstroom: meet hoeveel stroom er weglekt naar de aarde. Boven de toegestane grenswaarde is het gereedschap afgekeurd.
- Aardverbinding: bij klasse I-apparaten (met aardaansluiting) wordt gecontroleerd of de aardgeleider goed is verbonden en voldoende lage weerstand heeft.
- Functietest: het gereedschap wordt aangezet om te controleren of het normaal werkt en er geen vonken of afwijkend gedrag is.
Klasse II-apparaten, met dubbele isolatie en zonder aardverbinding, worden iets anders gemeten, maar de isolatietest blijft van toepassing.
Keuren van elektrisch gereedschap: wat kost het en wat levert het op?
De kosten voor een professionele keuring hangen af van het aantal stuks gereedschap en de keurder. Bij veel keuringsbedrijven betaal je per stuk, waarbij de prijs daalt bij grotere aantallen. Een indicatie: naar schatting rond 5 tot 15 euro per stuk in 2025, afhankelijk van het type gereedschap en de aanbieder. Dit zijn schattingen; vraag altijd een offerte op maat aan.
Wat het oplevert, is concreet: je voldoet aan de wettelijke verplichting, je beperkt de kans op arbeidsongevallen door defect gereedschap, en je hebt gedocumenteerd bewijs bij een controle. Gereedschap dat de keuring niet haalt, wordt apart geregistreerd en mag niet meer worden gebruikt totdat het is gerepareerd en opnieuw is goedgekeurd.
Wat doe je met afgekeurd gereedschap?
Afgekeurd gereedschap haal je direct uit omloop. Plak er een duidelijk label op (“afgekeurd, niet gebruiken”) of berg het apart op zodat collega’s er niet per ongeluk mee aan de slag gaan. Daarna zijn er drie opties: repareren en opnieuw laten keuren, vervangen door nieuw gereedschap, of afvoeren. Een reparatie door een onbevoegde is geen goede oplossing: het gereedschap moet daarna sowieso opnieuw worden gekeurd voordat je het weer mag inzetten.
Zorg dat je keuringsadministratie op orde is: een logboek met datum, keurder, resultaat en serienummer per stuk gereedschap. Dat is niet alleen handig bij een inspectie, maar ook bij schade- of verzekeringsclaims na een incident. Periodiek keuren is dus geen formaliteit, maar een concrete stap die risico’s op de werkvloer meetbaar verkleint.

